Op vrijdag 10 september kwamen een twintigtal Franse melkveehouders langs bij Inagro in het kader van een samenwerking voortgevloeid uit het Interreg-project PROTECOW. De groep melkveehouders werkt naar een gemeenschappelijk doel, namelijk het 100-100-100-principe. Dat staat voor een melkproductie van 100 hectoliter per koe per jaar, een voederkost lager dan 100 euro per 1.000 liter melk en niet meer dan 100 gram krachtvoer per liter melk. Bijproducten worden niet bij dit krachtvoer gerekend. Het thema van deze studiedag was de kuilkwaliteit.

Studiedag Franse melkveehouders rond kuilkwaliteit

Verhouding gras-maïs

De gemiddelde zomer- en winterrantsoenen in Vlaanderen werden voorgesteld. Daarbij hebben we specifiek aandacht besteed aan de hoeveelheid gras en maïs in de rantsoenen. De grashoeveelheid ligt in het zomerrantsoen in Vlaanderen namelijk hoger door opname van vers weidegras bij beweiding. Opvallend is het verschil tussen de rantsoenen in Vlaanderen en Frankrijk: meer maïskuil in Frankrijk en meer gras in Vlaanderen.


Uitkuilen en coating voedergang

Door aan het kuilmateriaal te voelen en te ruiken, kan al snel een beeld van de kuilkwaliteit worden gevormd. Ook goede uitkuiltechnieken zijn van belang. Een vlak snijvlak en een minimum aan los voeder voor de kuil zorgen voor een daling van de kans op broei. Coaten van de vloer in de voedergang is van belang om broei van het rantsoen te vermijden. “Men maakt yoghurt met yoghurt.” Micro-organismen kunnen huisvesten in voerresten in putjes in de voedergang en dat zorgt dus ook dat het verstrekte rantsoen sneller broei kan vertonen.

2021-09-16-uitkuilen.jpg


Structuurwaarde rantsoen

Een goede structuurwaarde van het rantsoen is van belang om pensverzuring te voorkomen. In Vlaanderen heeft vooral het gras een invloed op de structuur van een rantsoen. De structuurwaarde wordt namelijk makkelijker beïnvloed door het aandeel ruwe celstof in de graskuil dan door bijvoorbeeld de haksellengte van de maïs. In Frankrijk wordt echter wel een langere haksellengte gehanteerd, namelijk 20 mm of langer. Reden daarvoor is het lage aandeel gras in het rantsoen, waardoor structuuraanbreng door maïs daar belangrijk is.


Afrijping maïs

In Frankrijk wordt de rijpheid van maïs bepaald door een korrel door te snijden en te kijken naar de melklijn. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van scorekaarten. Bij Inagro wordt de afrijping van maïs opgevolgd door wekelijks 5 planten te hakselen en daarvan het drogestofgehalte te bepalen. Dat doen we in het kader van een LCV-project. De gewenste drogestofgehaltes van 32 – 34% bij de oogst worden in Frankrijk vaak niet gehaald. Grondsoort en rassenkeuze liggen meestal aan de basis daarvan. Ook de vroegrijpheid van maïsrassen wordt in Frankrijk op een andere manier bepaald dan in Vlaanderen, namelijk aan de hand van de temperatuursom in plaats van het FAO-getal.


Graslanduitbating

Op de site van Inagro werd een grasproef bezocht. In deze proef lagen objecten aan waarin de grassoorten Engels raaigras en rietzwenkgras al dan niet met klaver werden gecombineerd. Daarnaast varieerde ook de stikstofbemesting in deze proef. Moraal van het verhaal is dat een te hoge stikstofbemesting in gras-klaver zorgt voor een daling van het klaveraandeel. Grasland wordt in Vlaanderen intensiever uitgebaat dan in Frankrijk, waardoor grasland hier vaker wordt bemest.  


Ruwvoerproefvelden Inagro

Naast de bepaling van het drogestofgehalte in kuilmaïs en de voorgenoemde graslandproef werden ook nog andere proefveldjes bezocht. Zo werd stilgestaan bij een sojaproef waarbij mechanische onkruidbestrijding werd toegepast. Daarna werd ook een proefveld bezocht waarbij gras bij maïs in het vierbladstadium werd ondergezaaid.


Langleefbaarheid melkvee

2021-06-09-langleefbaarheid.jpgOp het melkveebedrijf van Carl Vanhoutte – Vandemaele werd bij verschillende managementaspecten stilgestaan en werden verschillende keuzes in bedrijfsvoering besproken. De melkkoeien op het bedrijf van Carl hebben een gemiddelde leeftijd van 4 jaar en 11 maanden. Dit wordt bereikt door een gecombineerde huisvesting op ligboxen en potstal. De gemiddelde leeftijd van melkkoeien in Vlaanderen bedraagt iets meer dan 4 jaar (CRV). Alhoewel Carl al flink boven het gemiddelde scoort, streeft hij naar een hogere leeftijd. In Frankrijk ligt de gemiddelde leeftijd van de dieren een stuk lager. Ook de productieve levensduur van melkkoeien is in Frankrijk korter doordat de opfok van vaarzen daar ongeveer 30 maanden bedraagt.

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Melkveehouderij